Naar Wat De Dennen Fluisteren

Armand Preud'homme

  • A7
  • D
Tom:
D | D | D A7 | D [Verse 1]
D D D A7 D Naar wat de dennen fluistren, die buigen kruin aan kruin,
D D D A7 D zit ik zo vaak te luist'ren in 't buntgras van het duin:
A7 A7 D D hoe zon en zomer pralen op 't purper van de hei,
D D A7 D wat toverkleur, zij malen maar alles gaat voorbij,
A7 D maar alles gaat voorbij. [Interlude]
A7 | D | A7 | D [Verse 2]
D D D A7 D De winter komt gedrenteld en weg is 't paradijs!
D D D A7 D De wereld ligt gewenteld in sneeuw en vorst en ijs,
A7 A7 D D waarboven koude sterren op nachtelijke pij
D D A7 D al tintelende marren, maar alles gaat voorbij,
A7 D maar alles gaat voorbij. [Interlude]
A7 | D | A7 | D [Verse 3]
D D D A7 D Wij zien hoe 't mensenleven verstuift aan onze voet:
D D D A7 D de jongen piepen even zo d'oude voren doet.
A7 A7 D D De grijsaard blikt met weemoed terug langs weg en hei
D D A7 D en zucht met stille deemoed: nog sluiten en voorbij,
A7 D nog sluiten en voorbij. [Interlude]
A7 | D | A7 | D [Verse 4]
D D D A7 D Maar gaat de liefde wonen in harten e'el van klank,
D D D A7 D dan blijft zij daarin tronen en eeuwig is zo lang.
A7 A7 D D Want ed'le min verwoest niet, niet alles gaat voorbij,
D D A7 D want oude liefde roest niet, zij blijft steeds jong als wij,
A7 D zij blijft steeds jong als wij.
Informações da música

Composição:

Essa informação está errada?

Enviar revisão